Nieuwe AOW'ers moeten vaak bijbetalen

Veel gepensioneerden schrikken van hun eerste aangifte als AOW’er: ze moeten ineens een flink bedrag aan belasting betalen. Hoe kan dat?
U leest een gratis artikel uit Plus Magazine
De eerste belastingaanslag na hun pensioen is voor de meeste AOW’ers een domper. Ze krijgen geen geld terug, maar moeten betalen. Niet zelden gaat het ook nog om een flink bedrag.
Hoe zit dat? Eerst maar de hopelijk enigszins geruststellende realiteit: als u na het doen van de belastingaangifte een flink bedrag moet bijbetalen, is dat natuurlijk vervelend, maar u betaalt niet méér belasting dan u sowieso zou moeten betalen. Wel is het betaalmoment verschoven. En dat zorgt voor de tegenvaller achteraf. De naheffing is namelijk meestal het gevolg van het feit dat pensioenfondsen, verzekeraars en andere pensioenuitvoerders te weinig belasting hebben ingehouden op de uitkering(en) die u als AOW’er ontvangt. Bij de aangifte trekt de Belastingdienst dit achteraf weer recht.
Als u in loondienst bent, loopt de belastingafdracht via de werkgever. Die houdt loonheffing in op uw salaris en draagt dit af aan de Belastingdienst. De werkgever geeft aan de Belastingdienst door hoeveel precies is ingehouden en de Belastingdienst controleert bij de aangifte of dat voldoende is. Meestal is dit het geval. Als u veel spaargeld heeft of aftrekposten kunt opvoeren, moet u soms belasting bijbetalen of krijgt u geld terug. Die bedragen zijn in de loop der jaren voor veel mensen een min of meer vast patroon geworden waar ze een beetje op rekenen.
Meerdere potjes
Zodra u AOW ontvangt, verschuift de boel ineens omdat het inkomen meestal niet meer uit één bron komt (het salaris) maar uit verschillende potjes. Iedereen krijgt in elk geval AOW. Daarnaast krijgen de meeste mensen pensioen van een of meer pensioenfondsen of verzekeraars. Sommigen hebben ook nog een lijfrente: een privé-pensioen dat ze zelf hebben geregeld. In de praktijk krijgen veel mensen van drie, vier of nog meer verschillende instanties een stuk van hun pensioen.
Al deze pensioenfondsen en verzekeraars houden loonheffing in en dragen die af aan de Belastingdienst. Maar ze houden alleen belasting in over wat zij u uitbetalen, terwijl de Belastingdienst – later bij de aangifte – kijkt naar uw totale inkomen. Op die manier wordt vaak te weinig belasting ingehouden, omdat geen rekening wordt gehouden met het feit dat het Nederlandse belastingstelsel ‘progressief’ is. Dat wil zeggen dat het belastingtarief hoger wordt naarmate het inkomen toeneemt. In 2024 betaalde u over de eerste ruim €38.000 bijvoorbeeld een lager belastingtarief dan over de bedragen daarboven. Als je van drie verschillende instanties elk €15.000 aan pensioen krijgt, houden ze alle drie het lage tarief in. Maar wanneer u alles bij elkaar optelt, moet een deel tegen het lage tarief worden belast en een andere deel tegen het hogere tarief.
Dat de afzonderlijke pensioenfondsen of verzekeraars te weinig belasting inhouden, blijkt pas als u belastingaangifte doet. Dan pas worden de afzonderlijke pensioenen bij elkaar opgeteld en ziet de Belastingdienst dat u, op basis van je totale inkomen, meer belasting moet betalen dan er is ingehouden. Dat betekent: bijbetalen.
Teveel kortingen
Een andere oorzaak waardoor soms te weinig belasting wordt ingehouden, zijn de heffingskortingen. Dit zijn kortingen die u krijgt op de belasting die u moet betalen.
Pensioenuitvoerders houden vaak rekening met de algemene heffingskorting: ze verrekenen dit voordeel in de uitkering die u ontvangt. AOW-uitkeringsinstantie Sociale Verzekeringsbank (SVB) past bovendien (als enige) standaard de ouderenkorting toe. En indien van toepassing ook de alleenstaande ouderenkorting.
Door deze heffingskortingen te verrekenen, dragen de SVB en andere pensioenuitvoerders minder belasting namens u af. Maar u heeft per jaar maar één keer recht op de algemene en andere heffingskortingen. Passen meerdere pensioenuitvoerders de heffingskortingen toe, dan dragen zij te weinig loonheffing af en moet u dit tekort later bijbetalen.
Problemen voorkomen
Hoe kunt u een financiële domper voorkomen? Kijk om te beginnen hoeveel van uw pensioenuitvoerders de algemene heffingskorting toepassen. Beperk dit in elk geval tot één. Neem hiervoor contact op met de SVB en/of je bedrijfspensioenfonds(en).
U kunt ook aan alle uitvoerders vragen helemaal geen rekening te houden met de algemene heffingskorting. U krijgt dan (iets) minder pensioen uitgekeerd, maar u krijgt later bij de belastingaangifte geen naheffing vanwege de te vaak verrekende algemene heffingskorting. Bij de belastingaangifte kunt u dan alsnog gebruik maken van deze heffingskorting.
Een andere manier om de verrassing van de jaarlijkse aanslag te beperken, is door aan het begin van elk jaar een voorlopige aangifte in te vullen. Doorgaans doet u pas aangifte als het kalenderjaar achter de rug is, maar u kunt ook aan het begin van elk kalenderjaar zo’n voorlopige aangifte indienen. Daarmee laat u de Belastingdienst vooraf weten wat u verwacht aan belasting te moeten betalen. Als u denkt dat u meer moet betalen dan er wordt ingehouden, krijgt u een voorlopige aanslag waarbij u moet betalen. U kunt ervoor kiezen dit bedrag niet ineens maar per maand te betalen.
AOW: minder belasting, wel zvw-premie erbij
Vanaf de AOW-leeftijd betaalt u minder inkomstenbelasting. De tarieven voor AOW’ers zijn namelijk veel lager dan de tarieven voor anderen. Daar staat tegenover dat u als gepensioneerde voortaan wel zvw-premie betaalt. Dit is een inkomensafhankelijke zorgbijdrage. Als u in loondienst bent, betaalt je werkgever deze zvw-premie, dus dat ‘ziet’ u als werknemer niet. Gepensioneerden, zzp’ers en andere zelfstandigen, en ontvangers van alimentatie moeten de zvw-premie zelf betalen. In 2024 bedraagt de zvw-premie voor gepensioneerden 5,32 procent. Het bedrag wordt automatisch ingehouden op de AOW-uitkering en het bedrijfspensioen. Bovendien heeft iemand die in 2024 recht kreeg op AOW niet het hele jaar recht op het lagere belastingtarief. Dat voordeel geldt alleen voor de maanden waar u ook écht 67 bent en om dat te berekenen werkt de Belastingdienst me een staffel. Ook deze wordt niet altijd goed toegepast en ook dat moet corrigeert de Belastingdienst als u aangifte doet.
AOW-leeftijd bereikt in de maand | Percentage 1e schijf (tot € 38.098) |
---|---|
Januari | 19,07% |
Februari | 20,56% |
Maart | 22,05% |
April | 23,54% |
Mei | 25,03% |
Juni | 26,52% |
Juli | 28,02% |
Augustus | 29,51% |
September | 31,00% |
Oktober | 32,49% |
November | 33,98% |
December | 35,47% |
Op Plusonline.nl bieden we iedereen de kans gratis kennis te maken met Plus Magazine. Hét maandblad bomvolinformatie en inspiratie. Maar deze artikelen, dossiers en columns maken kost veel tijd en geld. Wilt u meer? Overweeg dan ook een abonnement op Plus Magazine.